Stap 3: Hoorplicht

Enkel bij hoogdringendheid is hoorplicht niet vereist

In tegenstelling tot artikel 15 van de Vlaamse Wooncode staat de hoorplicht niet uitdrukkelijk opgenomen in artikel 135, § 2 Nieuwe Gemeentewet. De verplichting om de belanghebbenden te horen vloeit evenwel voort uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dat betekent dat alle personen die door een onbewoonbaarheidsbesluit worden getroffen in principe gehoord moeten worden. Het is niet voldoende dat de betrokken partijen op de hoogte gebracht worden van, of aanwezig zijn bij, het onderzoek ter plaatse. Er moet ook duidelijk blijken dat zij hun argumenten naar voor hebben kunnen brengen.

De hoorplicht impliceert dat:
-          elke belanghebbende op de hoogte wordt gebracht van het geschreven verslag van de vaststellingen en de gevolgen ervan, zodat hij tijdens de hoorzitting met kennis van zaken zijn grieven kan overmaken;
-          aan de betrokkenen de gelegenheid moet worden gegeven om op nuttige wijze voor hun belangen op te komen en om hun mening te doen kennen ten opzichte van de vaststellingen die in het geschreven verslag worden aangehaald en de voorgenomen maatregelen;
 
De burgemeester somt in zijn besluit op welke pogingen hij heeft ondernomen om de betrokkenen te contacteren.
 
Ingeval van hoogdringendheid is de hoorplicht niet vereist. Het onbewoonbaarheidsbesluit moet in dat geval uitvoerig en concreet motiveren waarom de belanghebbenden niet werden gehoord. 
De Raad van State zal bij een beroep tot schorsing en/of vernietiging van het onbewoonbaarheidsbesluit nagaan of de ingeroepen hoogdringendheid ook effectief aanwezig is.
 
Opgelet:
Er is (per definitie) geen sprake van hoogdringendheid indien er een te grote termijn zit tussen de vaststellingen en het uitvaardigen van het onbewoonbaarheidsbesluit.
 
Conclusie:
Het is sterk aanbevolen om de belanghebbenden te horen, tenzij in geval van uiterste hoogdringendheid. Maar ook in die gevallen wordt een kopie van het verslag van de vaststellingen aan de belanghebbenden bezorgd.
Datum laatste aanpassing: 25-01-2012

Good practice bij hoogdringendheid

Good practice bij hoogdringendheid: in het besluit verwijzen naar telefonische contacten of een buurtbevraging (bvb. over de verblijfplaats van eigenaars).

Datum laatste aanpassing: 25-01-2012